Email icoon
Facebook logo
Terug naar verhaaloverzicht

‘Bij storm moet je er gewoon zijn’

Zenuwachtig zal Jan Boezeman niet zijn, als er voor het eerst veel water door de bypass bij Kampen stroomt. “Ik heb er alle vertrouwen in dat de vernieuwde Drontermeerdijk zich dan goed houdt,” zegt de senior dijkopzichter van Waterschap Zuiderzeeland. En hij kan het weten, want hij volgt de werkzaamheden aan de dijk op de voet. “De eerste jaren zullen we wel extra aandacht besteden aan deze dijk,” legt hij uit. “Het gras op de dijk heeft nog drie jaar nodig om de eindsterkte te halen. Bij storm moet je er dus gewoon zijn.” Maar dat laatste geldt natuurlijk voor álle 160 kilometer dijk die Jan in Flevoland in beheer heeft.

Met zware storm of hoge waterstanden houden Jan en zijn team een oogje in het zeil op de dijken in Oost en Zuid Flevoland. Het Water Management Centrum van Rijkswaterstaat geeft door waar de hoogste waterstanden worden verwacht. In overleg met het waterschap wordt bepaald wanneer en waar de ‘dijkbewaking’ nodig is. “Collega’s worden dan opgeroepen en in teams rijden we langs de verschillende stukken dijk,” vertelt Jan. “We inspecteren tijdens de storm en zijn dus in zwaar weer fysiek aanwezig op de dijken.” Gelukkig is dit maar een deel van het werk. Meestal stormt het niet, dan voert Jan inspecties uit en zorgt er voor dat reparaties worden uitgevoerd. “Bijvoorbeeld als we een konijnenhol of een vossenhol tegenkomen. Of als we zien dat de afrastering kapot is.” Jaarlijks inspecteren de dijkopzichters de dijken en ééns in de vijf jaar lopen ze alle drainages en steenzettingen gedetailleerd bij langs. De inspecties zijn de input voor het (meer)jaarlijks onderhoud. Jan is dus altijd goed op de hoogte van de staat van ‘zijn’ dijken. En dat is belangrijk in Flevoland. “Het gaat om de primaire waterkering,” vertelt Jan. “Dat zijn de belangrijkste keringen, als er één bezwijkt dan stroomt de hele polder vol.”

Meelopen tijdens de bouw

Het vertrouwen in een veilige Drontermeerdijk komt niet uit de lucht vallen. In de voorbereiding op de dijkversterking heeft Jan meegedacht over de verschillende varianten. In deze fase keek hij vooral vanuit de beheerdersrol naar de nieuwe dijk. Kan al het materieel voor onderhoud wel goed de dijk op? En gebruiken we de materialen die we op andere plekken ook hebben? Vroeg hij zich bijvoorbeeld af. Hoe al die voorbereiding er nu in de praktijk uit ziet, ervaart hij wekelijks als hij meeloopt tijdens de bouw. “Ik wil weten hoe de opbouw van de dijk is en hoe de materialen zijn aangebracht. Dat helpt mij straks in het beheer. Ik heb de afgelopen tijd met eigen ogen gezien hoe de onderlagen van zand en klei verwerkt zijn.”

Onderhoud van de Drontermeerdijk

Een nieuwe dijk betekent niet persé dat er de eerste jaren weinig onderhoud nodig is. Jan: “De dijk is nieuw, dus we zullen ons geen zorgen maken over de veiligheid en hoogte bijvoorbeeld. En ook de stenen zullen de komende 10 tot 20 jaar weinig onderhoud vragen, máár het gras moet gemaaid worden.” En dat maaien komt heel precies, want het gras is belangrijk voor de stevigheid van de dijk. “Een goede grasmat zorgt ervoor dat de dijk beschermd is tegen erosie,” legt Jan uit. “Het moet een aantal keer per jaar gemaaid worden. Te weinig maaien komt een sterke grasmat niet ten goede. Dan ga je bijvoorbeeld grote onkruidplekken zien. Sommige delen laten we door boeren maaien. Die moeten we goed uitleggen hoe dat het beste gebeurt en daar houden we ook toezicht op.”

Geen angstmomenten

Dijkopzichter is Jan inmiddels al 29 jaar. Hij wilde vroeger graag naar zee, maar hij kwam terecht in de verkeersveiligheid. Nu combineert hij water en veiligheid en heeft hij – zoals hij dat zelf zo nuchter zegt – gewoon een leuke baan. “Mensen denken vaak dat dijken er simpelweg liggen en dat er verder niets mee gebeurt, maar dat is absoluut niet waar,” zegt Jan. In al die jaren heeft Jan gelukkig nog nooit een echt angstmoment gehad. “Ik heb wel vaker storm meegemaakt en gezien wat water kan doen, maar me nooit afgevraagd of de dijk het wel zou houden. Spannende momenten waren er wel, als er bijvoorbeeld een schip tegen de dijk vaart. En we hebben ook eens zeven meter hoog kruiend ijs tegen de dijk aan gehad. Op dat soort momenten moet je paraat staan.”

IJsseldelta programma ‘Bij storm moet je er gewoon zijn’