Email icoon
Facebook logo
Terug naar verhaaloverzicht
Kraanmachinist Rien Hommersom van Boskalis

‘Een mooi stukje werk achterlaten’

Bij de aanleg van een dijk begin je onderaan. En dus moet er eerst afgegraven worden, voor de nieuwe dijk kan verrijzen. Kraanmachinist Rien Hommersom van Boskalis bedient dag in dag uit de knoppen van zijn kraan om alles vrij te maken. Vanaf het schone zand begint hij vervolgens met het bouwen aan een nieuwe stevige Drontermeerdijk. Het is belangrijk werk, vindt Rien: ‘We creëren veiligheid voor de toekomst. Maar voor mij is het ook een uitdaging om er iets van te maken. Ik wil hier een mooi stukje werk achterlaten.’

Het aanleggen van de dijk komt, juist vanwege die veiligheid, heel precies. ‘We beginnen met de opbouw van de kern met schoon zand,’ legt Rien uit. ‘Dat zand wordt geprofileerd en vervolgens zetten we er gewicht op met zand of klei. Véél gewicht, want de dijk moet stevig zijn. Zodra de dijk niet meer zakt kan het gewicht er weer af en houden we het uiteindelijke profiel over.’ Of de dijk zakt wordt een paar keer per week gemeten. Dat Rien de boel vervolgens weer afgraaft, ziet er voor de voorbijganger soms gek uit. ‘Laatst stapte er een fietser af, hij vroeg waarom we alles weer weghaalden. Of er soms iets mis was gegaan, want de week ervoor waren we al veel verder. Dan heb je wel even wat uit te leggen,’ zegt Rien met een lach.

Vertrouwen op GPS

Als het profiel van de dijk goed is, legt Rien daar een klei overheen die minder water door laat. De laatste laag bestaat uit teelaarde. Bij het aanbrengen van zand en klei vaart Rien volledig op de GPS. ‘Op kantoor maken ze ontwerptekeningen met modellen voor zand en verschillende soorten klei. Die tekeningen kan ik zien op het scherm. Ik kan per centimeter zien of ik het goed krijg. Het komt heel precies, want het moet veilig zijn.’ Wat er die dag op de planning staat, hoort hij ’s morgens in de keet. ‘De werkdag begint met koffie en dan spreken we de dag door. Tussen een hoop herrie en gezelligheid door, vertelt de uitvoerder wat de planning voor de dag is.’ Als ervaren kraanmachinist denkt Rien mee hoe het werk het beste uitgevoerd kan worden.

Genieten van de omgeving

Rien geniet tijdens zijn werk van het contact met voorbijgangers, collega’s en de natuur. Hij krijgt het allemaal mee vanuit zijn grote kraan. Het gebeurt wel eens dat een collega wat over de radio roept. ‘Kijk daar die buizerd overvliegen,’ klinkt het dan in zijn kraan. ‘Een paar weken terug,’ vertelt Rien, ‘was de maatvoerder hoogtes aan het meten op de dijk. Toen stapten er vanuit de bebossing twee reeën op het fietspad. Ze stonden nog geen twintig meter achter hem en hij had het zelf niet eens in de gaten.’ De radio is natuurlijk ook echt nódig voor het werk. ‘We hebben onderling veel contact. Zand en klei komt met kiepkarren. Er moet de hele dag voldoende zijn om door te gaan. Mijn collega op de bulldozer werkt meestal binnen twintig meter van mij, dan is het belangrijk om contact te houden,’ legt Rien uit. ‘We zijn nu bezig met de steenverharding aan de waterkant. De oude stenen gaan eruit, we maken de ondergrond netjes en dan kunnen de nieuwe stenen erin. Ik heb de kraan met het meeste bereik. Dit werk zou eerst door een andere kraan gebeuren, maar die kon er niet bij.’

Trots op het werk

In 2015 begon Rien met het werk aan de bypass van de IJssel bij Kampen. Op weg naar huis rijdt hij daar nog regelmatig langs om te genieten van het werk dat hij daar heeft mogen doen en de natuur die is ontstaan. ‘Als het werk hier straks klaar is en ik ben in de buurt, dan zal ik zeker over de dijk rijden,‘ zegt Rien. Hoewel hij het werk aan de ‘andere kant’ stiekem net iets mooier vond, is hij wel echt een dijkenman. ‘Ik woon zelf strak langs de Waal. Dat is toch een behoorlijke rivier en we hebben daar op een haar na een dijkdoorbraak meegemaakt. Dus ik heb zelf ervaren hoe belangrijk zo’n dijk is. Dat speelt altijd mee.’

IJsseldelta programma ‘Een mooi stukje werk achterlaten’