Email icoon
Facebook logo
Terug naar verhaaloverzicht
Rens Brandsema

‘Lastig voor te stellen dat het hier kan spoken’

‘Je ziet hoeveel water er in beweging komt’. Hoog water, extreme weersomstandigheden, een noodsituatie: er is de afgelopen maanden geen sprake van geweest. Toch moet Rens Brandsema, testspecialist bij Vialis, de spui-functie van de Reevesluis testen op alle mogelijke scenario’s. “Ik werk hier in een prachtig natuurgebied en hoor de vogels fluiten. Dat maakt het lastig voor te stellen dat het hier ook flink kan spoken,” zegt Rens die full-time bij de sluis te vinden is. “Bij een minimaal peilverschil zet ik de spui open om te kunnen testen. Dan zie je al hoe veel water er in beweging komt. En dan moet je bedenken dat er ook sprake kan zijn van bijna een halve méter peilverschil.”

De nieuwe Reevesluis heeft niet alleen een schutsluis, waar de schepen doorvaren, maar ook een spuisluis. Deze spuisluis zorgt ervoor dat het waterniveau in de Randmeren op peil blijft. “Als het bijvoorbeeld veel geregend heeft,” vertelt Rens, “dan moeten we de regen vanuit de Randmeren afvoeren richting het IJsselmeer. We kunnen het water maar één kant op spuien. Water vanuit het IJsselmeer willen we namelijk niet in de Randmeren hebben. En bij extreme hoogwatersituaties voert de bypass bij Kampen water van de IJssel naar het IJsselmeer. Dit water mag de Randmeren ook niet inlopen.”

Van simulatie tot fysiek testen

Om te kunnen spuien, moet het Drontermeer minimaal vijf centimeter hoger zijn dan het Vossemeer. Alleen bij voldoende niveauverschil kan de spui open. “Maar zolang de Roggebotsluis nog in functie is hebben we nauwelijks niveauverschil,” zegt Rens. “Om toch in een testsituatie terecht te komen, simuleren we nu het peil van bijvoorbeeld het Drontermeer.” Het testen bestaat uit een aantal stappen. Eerst is de bedienings- en besturingssoftware getest tegen een simulatie van alle hardware. “Dat gebeurt op een scherm in een kantooromgeving. Het lijkt of het echt is maar alles is gesimuleerd,” vertelt Rens over deze fase in het testproces. Een stap verder wordt de software gekoppeld aan fysieke componenten van de sluis. Rens: “We hebben deze test van de zomer in een keet op het terrein gedaan. In deze stap keken we of de software en de besturingskasten goed aansluiten. Na deze test hebben we de software en de besturingskasten aan de sluis zelf gekoppeld.”

Dynamisch gedrag

Rens voert de tests grondig en systematisch uit. En niet zonder reden. “De sluis is er natuurlijk voor onze veiligheid,” vertelt Rens. Er zijn dan ook nogal wat voorzorgsmaatregelen ingebouwd. “Er zitten twee schuiven achter elkaar in de sluis. Deze kan je regulier bedienen, maar er is ook een noodbediening. En als dat niet werkt kan de noodmotor aangezet worden. Zelfs als er geen elektriciteit is, kan de sluis met de handpomp bediend worden. Dan zie je dat het echt om veiligheid gaat. Als ik wat afstand neem van mijn testwerk, dan ben ik me daar wel van bewust.” In zijn werk is de focus van Rens afhankelijk van de testfase. “Bij het testen kijk ik eerst naar de kleine delen, dan naar de geïntegreerde delen en dan naar het totaal. Een schuif mag bijvoorbeeld niet scheef lopen en als er een tak op de bodem ligt, moet de sluis deze wel detecteren.” Een computersimulatie helpt, maar is niet altijd voldoende, legt Rens uit. “Een simulatie kan niet alle dynamiek van de praktijk nabootsen. Als bijvoorbeeld de zon op de cilinders staat, heeft dat invloed op het hydraulisch systeem. Je besturing moet daar mee om kunnen gaan. En dan heb je tijdens de fijn afstelling in de software dus soms iets aan te passen.”

Oefenen in de winter

Het testproces komt bijna ten einde. De Reevesluis is inmiddels toe aan de laatste beproevingen. “We testen on site, op de sluis, het hele systeem zoals het moet gaan werken. Dat doen we samen met de opdrachtgever,” blikt Rens vooruit. En daarna is het tijd om te oefenen. “Als allerlaatste testen we de spuisluis en de schutsluis vanuit één bedienplek. Dat gaan we van de winter doen, zodat het Reevesluiscomplex in het voorjaar van 2021 definitief in gebruik genomen kan worden.

 

IJsseldelta programma ‘Lastig voor te stellen dat het hier kan spoken’